Jiujitsu

Jiu-jitsu (djoe djitsoe) wordt wel vertaald als de “zachte kunst” (ju of jiu = zacht, meegaand; jitsu = kunst, vaardigheid). Het woord “zacht” doelt niet zozeer op de kracht of effectiviteit van de sport, zoals eenieder die een jiu-jitsu training of demonstratie heeft meegemaakt zal bevestigen, als wel op de manier waarop een jiu-jitsuka (beoefenaar van jiu-jitsu) de kracht van zijn tegenstander gebruikt om hem te overmeesteren: een karateka bijvoorbeeld, zal een aanval blokkeren en een tegenstoot plaatsen, wat een vrij harde vorm van verdediging is. Een jiu-jitsuka echter, zal bij diezelfde aanval proberen de energie ervan te gebruiken.

Als hij bijvoorbeeld geduwd wordt, dan kan hij de voorwaartse energie die op hem wordt uitgeoefend gebruiken om een heupworp in te zetten en zo de aanvaller (uke) vloeren.

In plaats van tegengas te geven gaat een jiu-jitsuka dus mee in de beweging van zijn tegenstander, waarna hij zich door een worp, klem of atemi (trap of stoot) van de situatie meester maakt.

Oorsprong

Over de oorsprong van het jiu-jitsu bestaat veel onduidelijkheid. Veel beoefenaars beschouwen het als een zuiver Japanse vechtkunst, maar doorgaans wordt een Chinese oorsprong verondersteld. De samurai leerden destijds jiu-jitsu, zodat in het geval dat een hij tijdens een gevecht werd ontwapend een samurai met blote handen verder kon vechten. Na het eind van het feodale stelsel werden de subsidies voor de scholen stopgezet en waren de meesters genoodzaakt om jiujitsu te leren aan normale burgers, waarna deze kunst is verspreid naar de rest van de wereld en er diverse zelfverdedigingvormen en -sporten uit zijn voortgekomen, waaronder aikido en judo.

Legende

Over de geschiedenis van het jiu jitsu bestaan verschillende legendes, de meest populaire versie is die van Dr. Akiama, een Japans geneesheer die in China een rondreis maakte en daar een gevechtskunst bewonderde. Hij trainde veel en na geruime tijd beheerste hij deze vechtkunst als een ware meester. Hij bleef echter met een probleem worstelen, want wat kon hij doen indien deze technieken op hem werden toegepast? Na vele maanden van overpeinzing bracht op een winterdag de natuur het antwoord naar hem toe. Hij zag hoe de takken van een van een kerselaar braken onder het gewicht van een vracht sneeuw. Toen hij echter een wilg bekeek merkte hij hoe deze veerkrachtige takken doorbogen en de sneeuw van zich lieten afglijden. Op slag had hij een oplossing voor zijn kwelling: als men wil overleven moet men veerkrachtig en meegaand zijn Hij paste de technieken die hij geleerd had aan zijn nieuwste vondst aan en het jiu-jitsu was geboren.